Alex Vreeman was tot voor kort portretfotograaf in Zieuwent, een klein dorp in de Achterhoek. Zijn carrière als professioneel fotograaf kenmerkt zich door een aantal keuzemomenten: sommige gedwongen en andere vrijwillig. Dat er tussen wens en werkelijkheid soms een groot verschil is, zal veel ondernemers in de fotografie bekend voorkomen. Het uiteindelijk kiezen voor de portretfotografie maakt van Alex Vreeman een gelukkig mens.
De beroepskeuze voor Alex Vreeman (1968) was een voor de hand liggende. Zijn vader had een fotostudio voor bruids- en portretfotografie waardoor zijn passie voor het vak al vroeg ontstond. Na de middelbare school koos hij daarom voor de MTS voor fototechniek om fotograaf te worden. Het ging goed op de MTS en hij haalde hoge cijfers. Hij verliet de opleiding echter zonder diploma omdat hij vanwege gezondheidsredenen in het bedrijf van zijn vader wilde bijspringen. Daarom ging hij, om zich verder in de fotografie te bekwamen, op zoek naar een stage-mogelijkheid.
"Ik kwam als stagiair bij de fotostudio voor reclame en industrie van Gerard Dubois in Deventer terecht" vertelt Vreeman hierover. "Gerard Dubois was heel direct. Tijdens het sollicitatiegesprek zei hij al dat als hij wat aan mij zou verdienen, ik aan hem zou gaan verdienen. Dat maakte hij waar want na drie maanden zette hij me als volwaardig medewerker op zijn loonlijst. Inmiddels had ik ook via de Nederlandse Fotovakschool in een halfjaar - de normale opleiding duurt vier jaar - mijn vakdiploma gehaald. Toen had ik het gevoel dat ik mijn keuze waargemaakt had en 'vakfotograaf' geworden was".
"Ik werkte me wel een slag in de rondte: van maandag tot woensdag in de studio van Gerard Dubois en donderdag, vrijdag en zaterdag in de studio van mijn ouders. Op een gegeven moment vroeg Dubois me om fulltime voor hem te komen werken en stelde me een compagnonschap in het vooruitzicht. Dat was een moeilijke keuze want bij mijn ouders brak de paniek uit omdat ze hun opvolging zagen verdwijnen. Mijn dilemma was dat ik fotografie voor reclame en industrie veel en veel interessanter vond dan de bruidsfotografie in de studio van mijn vader. Ik heb toen tegen mijn vader gezegd dat hij voor de studio een partner moest gaan zoeken omdat ik vijf dagen in Deventer zou gaan werken. Dat was een moeilijke keuze".
Zakelijk.
Het was inmiddels begin jaren negentig, met de economie in Nederland ging het beter en ook in de studio van Gerard Dubois in Deventer bruiste de activiteit. Dubois was technisch en inhoudelijk een goed onderlegd vakfotograaf en daar leerde Vreeman - zoals hij het zelf zegt - het 'ambacht'. Voor verdieping in het vak zorgde Ton Werkhoven, destijds docent aan de Foto Academie Amsterdam. Hij leerde Vreeman de techniek (soms) los te laten en op het gevoel te vertrouwen.
De vader van Vreeman nam een compagnon maar dat ging zakelijk niet goed. Vreeman had het er erg moeilijk mee: "Ik lag er nachten van wakker" zegt hij over deze periode. "In overleg met mijn vrouw nam ik het besluit mijn baan in Deventer op te zeggen en weer in de studio van mijn vader te gaan werken. Het lukte ons door heel hard te werken zakelijk weer op orde te komen. Toen overleed in 1994, op 54-jarige leeftijd, mijn vader. Dat was niet alleen voor ons persoonlijk een drama maar ook zakelijk gezien. Nadat ik alles op een rijtje had gezet bleek dat er nog geen goede oudedagsvoorziening voor mijn moeder was. Voor mij een reden te meer om voor de studio en de publieksfotografie te kiezen".
"Na er een paar jaar gewerkt te hebben, was ik helemaal klaar met de portretten, familiefoto's en de trouwreportages. Ik maakte de keuze om het roer rigoureus om te gooien. Ik weet het nog goed: het was eind 1997 en ik besloot voor het jaar 1998 geen enkele publieksopdracht meer aan te nemen. Ik wilde me volledig op fotografie voor industrie en reclame gaan richten".
Het bleek een goede keus. Ook na een (gedwongen) verhuizing naar een pand op het industrieterrein bij Aalten vonden reclamebureaus en artdirectors al snel de weg naar de studio van Alex Vreeman. In het eerste jaar draaide zijn nieuwe bedrijf al dezelfde omzet als de studio voor publieksfotografie. In de jaren die volgden was het zelfs een veelvoud daarvan.
Gelukkig.
De studio in Aalten groeide groot. Vreeman: "Te groot naar mijn gevoel. Een pand, een aantal auto's, diverse assistenten, ik kon het nauwelijks meer behappen en besloot, na een herniaoperatie en een fijne samenwerking met Tobias Reymond, een stapje terug te doen. De keus viel op een pand - een winkel-woonhuis - in Zieuwent. Dat was ideaal voor het eenmansbedrijf dat ik voor ogen had.
Om de periode van verhuizen en verbouwen waarin ik geen inkomen had, weg te werken, draaide ik in een kwartaal een jaaromzet. Mijn klanten bleken ook de weg naar Zieuwent goed te kunnen vinden. Aan opdrachten en werk geen gebrek; ik werkte - letterlijk - dag en nacht. Op die manier van werken staat echter een prijs. Wat begon met hartklachten bleek een burn-out die zich drie-en-een-half jaar voortsleepte. In die periode kon ik geen camera vasthouden en nauwelijks nog werken. Ik belde al mijn klanten met de boodschap dat ik niets meer voor ze kon doen. De verzekering betaalde niet want 'burn-out is geen ziekte'. Dankzij het werk van mijn vrouw en enige financiële reserve konden we het redden.
Omdat fotografie in mijn genen zit, bleef ik fotograferen en vrij werk maken. Mijn portretten oogstten veel lof en de mensen om me heen moedigden me aan daar 'iets' mee te gaan doen.
Dat moment kwam in 2007. Ik werd lid van een Rotaryclub en om de leden te leren kennen bood ik aan om van ieder lid - op mijn eigen voorwaarden en condities - een portret te maken. Voor mij was het een test of ik het wel kon. De leden van de Rotary zijn burgemeesters, doctoren, advocaten en ondernemers. Bijna zonder uitzondering meldden ze zich keurig in het pak bij mijn studio. Mijn woonkamer en de studio liepen in die tijd in elkaar over. Zo kon ik de mensen in een ontspannen omgeving ontvangen met klassieke muziek, een brandende houtkachel en een glas wijn. De meesten trokken al snel hun jasje uit en zo kon ik de persoonlijke en informele portretten van ze maken die ik voor ogen had. Ik kwam er al snel achter dat ik deze manier van werken ontzettend leuk vond en besloot met portretfotografie verder te gaan. De portretfotografie maakt me gelukkig. De passie voor andere fotografie ben ik grotendeels kwijt".
Thee.
In de garage achter zijn huis bouwde Vreeman een daglichtstudio. Het licht valt via twee daklichten in de studio en is door middel van een schuivensysteem zeer nauwkeurig in te stellen. Dankzij de witte wanden en het daklicht kan hij er (overdag) vrijwel iedere lichtsituatie mee maken die hij voor zijn werk nodig heeft. Verreweg de meeste portretten maakt hij bij daglicht omdat hij vindt dat de ogen in een portret bij daglicht mooier zijn dan bij kunstlicht.
De camera's van Vreeman zijn Nikon-camera's met vaste brandpunten. Ongebruikelijk gereedschap voor portretfotografie is het tilt-shift objectief dat hij voor veel portretopnamen gebruikt. Dit stelt hem in staat om tijdens de opname al de scherpte-onscherpte verdeling in het portret te bepalen. Voor beeldbewerking werkt Vreeman samen met Chester van Bommel die vaak een uiterste finesse in zijn portretten weet te accentueren.
De woon-werkruimte van de familie Vreeman veranderde in een theeschenkerij waar ook ijs wordt verkocht. Vreeman: "Het verkopen van thee en ijs werkt drempelverlagend. Mensen in de achterhoek hebben grote moeite om 'zomaar' ergens binnen te stappen. Ook als ik hier exposities met mijn eigen werk of het werk van anderen hield, kwamen ze nauwelijks binnen. Ze vinden zo'n galeriesfeer maar doodeng. Voor een kop koffie, thee of een ijsje komen ze echter wel binnen. Zo maken ze kennis met wat ik als portretfotograaf voor ze kan doen. Daar kwamen heel wat opdrachten uit voort.
Voor portretten hanteer ik een vast prijs. Ik doe niet mee met acties zoals de Fotoweek en geef ook geen kortingen. Dit is een principe omdat ik vind dat ik iedereen hetzelfde moet behandelen. Dit neemt niet weg dat het soms best moeilijk is. Als mensen de kwaliteit van mijn werk herkennen en graag een foto van me willen maar het niet kunnen betalen, is dat een soort patstelling: ik zou het graag voor minder willen doen maar het kan niet. Wel doe ik het in een uitzonderlijk geval voor niets".
"Veel portretten, vooral die van kinderen, blijven me bij. Bijvoorbeeld het portret dat ik van een 18-jarig gehandicapt en blind meisje (Elsa) maakte. Dat ging aanvankelijk helemaal niet goed. Het werden foto's waarvan ik vond dat geen ouder zijn of haar kind zo moest zien. In een opwelling vroeg ik een van mijn kinderen een stukje op de piano te spelen. Toen ze dat hoorde brak, heel even maar, de zon in haar gezicht door. Ik had het moment echter gevangen en wist dat dit dè foto van het meisje zou worden. De emotie van haar moeder bij het zien van de foto van haar dochter was voor mij de grootste beloning die ik me kon voorstellen".
Dit gesprek verscheen in 2013 in Pf. Recentelijk maakte Vreeman, vanwege allerlei persoonlijke omstandigheden, opnieuw een keuze. Hij koos voor kleiner en rustiger en verhuisde naar Oude Bildtzijl in het noorden van Friesland. Hij maakt nog steeds portretten en werkt in een mobiele studio die naast zijn woonhuis staat; mijn 'pipowagen' noemt hij het. Ook gebruikt hij zijn mobiele studio af en toe als expositieruimte waar, voor wie kijken kan, gelaten nooit gelaten zijn.
Klik op de afbeelding om deze groot te zien
Portret, gemaakt door Alex Vreeman
Portret, gemaakt door Alex Vreeman
Portret, gemaakt door Alex Vreeman