Gea Karhof heeft een zeer eigenzinnige opvatting van de etstechniek. Het gaat haar er niet om relatief snel een oplage te kunnen drukken. Het is de magie van de geëtste lijn die haar fascineert. Ze maakt vaak grote, zeer doorwerkte etsen die zij met de hand inkleurt.
"Mijn passie is grafiek" zegt Gea Karhof over haar werk als beeldend kunstenaar. Na haar eindexamen aan de Rietveld academie (Grafiek en Schilderen) in 1974, ging ze door met grafiek. Karhof: "Een schilderij heb ik eigenlijk nooit meer gemaakt. Af en toe denk ik erover om het schilderen weer eens op te pakken. Mijn huidige werk neemt me echter zodanig in beslag dat het er nog niet van gekomen is. Grafiek - en met name het etsen - heeft nog steeds mijn volledige aandacht. Een geëtste lijn heeft voor mij veel meer magie dan een getekende lijn. Een lijn die ik op papier zet, is eigenlijk maar een 'gewone' lijn. Een lijn in een afgedrukte ets heeft voor mij altijd iets extra's. Door de techniek van het inbijten en afdrukken krijgt zo'n lijn zijn bijzondere karakter met soms allerlei onverwachte neveneffecten. Naast het tekenen spreekt ook de bijna alchimistische techniek van het etsen me bijzonder aan. In de afgelopen jaren heb uitgebreid met diverse etstechnieken geëxperimenteerd".
Op de academie volgde Gea Karhof de portrettekenlessen van Herman Gordijn. Aanvankelijk maakte ze allerlei - zoals ze het zelf zegt - kleine priegeltekeningetjes en had het idee dat ze nooit goed mensen zou kunnen tekenen. "Gordijn had een kalme en analytische manier van lesgeven" legt ze uit. "Dankzij hem begreep ik dat je kon 'leren' hoe je mensen moest tekenen. Hij gaf aan hoe op verhoudingen te letten; wat goed ging maar ook wat beter kon. Het leek wel een soort toverij dat iets waarvan ik dacht het nooit te kunnen leren, me op een gegeven moment makkelijk af ging. Wat me van zijn lessen ook aansprak was zijn soms extreme keus voor modellen. Dat kwam ook in zijn werk terug, bijvoorbeeld in de serie portretten die hij van Lida Polak maakte. Het klikte tussen Gordijn en mij, we hebben nog steeds contact en exposeren onze grafiek soms samen".
"Na de academie ging ik door met het maken van portretten en had een voorliefde voor bizarre modellen. Bijvoorbeeld leden van de groep mensen die destijds in de Haarlemmerpoort woonden en in zelf gecreëerde uitdossingen door de stad trokken, vroeg ik regelmatig om voor mij model te staan. Op een dag zag ik in Amsterdam Kabul - destijds de vrouw van Aat Veldhoen - lopen. Ze zag er fantastisch uit en ik dacht 'die moet ik tekenen'. Toen ik haar aansprak, vond ze het eigenlijk een heel vanzelfsprekend verzoek. Ze zei meteen ja en ging met me mee naar mijn atelier in Edam. Daar poseerde ze voor me en ik maakte in de tijd die volgde nog een groot aantal portretten van haar".
Boomwortels.
Gea Karhof combineerde de portretten die ze in de periode vlak na haar eindexamen aan de Rietveld maakte, steeds vaker met - wat zij noemt - 'bizarre natuurvormen'. "Ik ben een verzamelaar" vertelt zij hierover. "Tijdens wandelingen in de natuur vond ik allerlei dingen zoals schelpen, skeletten, gedroogde planten en boomwortels met rare kronkels. Ik nam alles wat ik interessant mee. Nog steeds heb ik een vitrinekast en ook dozen vol met dat soort spullen. Ik gebruikte de objecten om na te tekenen en met mijn portretten te combineren".
Wat eerst nog op zichzelf staande tekeningen waren werden later uitgangspunten voor etsen. Karhof: "Ik ontdekte al snel dat ik op de etsplaat heel veel meer kon dan met het tekenen op papier. Voor ik voor mijn eigen atelier een etspers aanschafte, werkte ik een aantal jaren met veel plezier tussen mijn collega's in het Amsterdams Grafisch Atelier. Van de etsen uit die periode maakte ik bijna altijd tien staten. De eerste staat was dan nog gewoon een tekening. Vooraf was ik bezig om het onderwerp en de compositie goed te krijgen. Daarna volgde het intekenen op de etsgrond voor de eerste staat. Het afdrukken van zo'n eerste staat was meestal een flinke teleurstelling: slechts een kaal geraamte van wat ik uiteindelijk voor ogen had verscheen op het afdrukpapier. In de staten die volgden voegde ik steeds wat toe.
Bijvoorbeeld een aquatint aan waarin ik vervolgens met fijn polijstpapier ging schuren of de plaat met etsgrond opnieuw afdekken en weer intekenen. Dat was niet alleen mijn manier van werken van toen, ik werk nog steeds zo. Altijd maar zorgvuldig stukjes en beetjes aan het werkstuk toevoegen tot - zoals ik het zelf noem - de magie toeslaat. Dat is het ondefinieerbare moment dat het werkstuk van een moeizame verzameling lijnen en tonen een voor mij 'levend' kunstwerk wordt. Soms laat die magie lang op zich wachten. Dan is het nodig dat ik de plaat - soms meerdere keren - afdek en opnieuw inteken en aquatinten toevoeg of wegschuur. Zo ontstaat de gelaagdheid en het brede scala van fluwelen tonen waar ik naar op zoek ben".
Kleur.
De grafiek die Gea Karhof na haar eindexamen maakte was aanvankelijk monochroom. "Op een gegeven moment begon ik etsen te maken met meerdere drukplaten" vertelt Gea Karhof over de introductie van kleur in haar werk. Door verschillende platen, ieder met een andere kleur ingeinkt over elkaar heen te drukken, ontstaan er kleuren en mengkleuren in de afdruk. "Het maken van die meerkleurendrukken was maar een korte fase. Het beviel me niet, ik was er nooit tevreden over. Al snel begon ik met een penseeltje afdrukken in te kleuren. Met het gebruiken van kleuren in mijn werk veranderden ook mijn onderwerpen. Ik begon met te interesseren voor oude culturen. Met name Egypte waar ik in 1987 een studiereis naar maakte. Naar aanleiding van die studiereis maakte ik een uitgebreide serie etsen met allerlei elementen zoals maskers, patronen en hiëroglyfen uit het oude Egypte.. Ik voelde een verwantschap en kon me gewoon niet voorstellen dat er zo'n 5000 jaar tussen zat. Het bracht me een relativering van het begrip tijd en geschiedenis: Deze ligt soms letterlijk onder ons. Vanaf die tijd komen er steeds beelden uit oude culturen terug in mijn werk. Niet alleen uit Egypte maar ook uit India, Japan en Zuid-Amerika".
Het werk van Gea Karhof kenmerkt zich door een massaliteit van fijn doorwerkte figuren en vormen. Karhof: "Het is natuurlijk heel verleidelijk om met één vormpje te beginnen en van daar uit de voorstelling langzaam uit te breiden. Toch werk ik niet zo. Ik heb vooraf al een heel duidelijk idee van wat ik wil maken. In diverse fasen maak ik dan een steeds gecompliceerder wordende compositietekening van de prent. De details zijn er eerst nog niet, wel de ruwgeschetse vormen ervan die alleen als volumes op het papier staan. Dit om de compositie te beoordelen die zowel van veraf als dichtbij interessant moet zijn. Als dat eenmaal het geval is ga ik verder met de details uit werken. De schets teken ik op transparant papier zodat ik deze om kan keren om op de etsplaat over te brengen".
Aquatint.
Techniek vormt een belangrijk onderdeel van het werk van Gea Karhof. Met het toepassen van vernis-mou (zachte etsgrond) brengt zij structuren in haar etsen aan. Ze is zeer bedreven in de aquatint. Karhof: "Een mooie strakke aquatint interesseert me eigenlijk niet zo. Ik probeer er altijd een imperfectie aan toe te voegen door er bijvoorbeeld grove harskorrels los op te strooien of er zout of suiker aan toe te voegen. In Dundee waar ik in Augustus van dit jaar de grafiek manifestatie IMPACT8 bezocht, volgde ik een workshop aquatint. Hierin werd uitgelegd hoe prachtige aquatinten te maken door poedersuiker op een nog niet helemaal droge etsgrond te strooien. Geen klassieke etsgrond, gemaakt van een waslaagje maar een moderne etsgrond op acrylbasis. Het duurt ongeveer twintig minuten tot een half uur voordat de etsgrond droog is en dat is de tijd waarin de poedersuiker moet worden aangebracht. Na het aanbrengen van de poedersuiker wordt de etsplaat door een op lichte druk afgestelde etspers gehaald. Eenmaal in het zuurbad lost de poedersuiker op en laat in de etsgrond een patroon van fijne gaatjes achter die in de uiteindelijke druk een prachtige aquatint maken. Door op bepaalde plaatsen meer of minder poedersuiker te strooien kan je de aquatint ook manipuleren. De toon van de aquatint lijkt erg op die van een mezzotint.
Ik heb wel eens met het maken van mezzotinten geëxperimenteerd. Bij een mezzotint maak je met een wiegijzer* in de drukplaat een structuur waarop de inkt pakt. Door met een polijststaal de structuur op bepaalde plekken in te drukken pakt de inkt daar minder. Zo ontstaan er in de afdruk donkere en lichtere tonen. Toch bleek de mezzotint me als techniek niet goed te liggen. Ik denk dat het vanwege de verwantschap met de techniek van de droge naald is. Een droge naald is natuurlijk heel anders dan het etsen waarbij een zuur het metaal wegvreet. Ik heb een aantal droge naalden gemaakt maar kwam er al snel achter dat ik met etsen veel meer kon. Ik heb wel met allerlei nieuwe materialen geëxperimenteerd zoals verschillende alternatieve manieren van inbijten of het werken met polymeerplaten. Daarvoor volgde ik in 1998 een week lang in de Printmakers Workshop in Edinburgh de cursus van Alfons Bytautas. Voor mij bleken echter de klassieke combinaties ijzerchloride / koper en salpeterzuur / zink toch het beste te werken. Die gebruik ik dan nog steeds".
Het huidige werk van Gea Karhof bestaat uit vaak grote, ingekleurde etsen. Veel van haar onderwerpen ontleent ze nog steeds aan oude culturen. Ook komen er prehistorische figuren, (strip)superhelden en filmsterren - iconen uit haar jeugd - in haar prenten voor.
Voor het inkleuren van haar etsen gebruikt ze (kleurechte) aquarelverf van Windsor and Newton, Schminkcke en enkele kleuren van Talens Rembrandt aquarelverf. In een aantal van haar etsen is ook bladgoud verwerkt dat ze aanbrengt met 'mixtion à dorer 3 heures' van Charbonnel, een oliegoudlijm met een droogtijd van 3 uur.
Na een zeer arbeidsintensieve vervolmaking van de definitieve staat van de ets, volgt een nog zeker zo arbeidsintensief traject van het inkleuren. Karhof: "Het is eigenlijk absurd wat ik nu doe. Ik zit soms wel twee weken dag-in dag-uit een prent in te kleuren. Dat terwijl de ets een grafische techniek is om relatief snel te verveelvoudigen. Een oplage maken is echter nooit mijn uitgangspunt geweest. Het is de magie van het etsen waar het me om gaat. Daarmee kan ik zeggen wat ik wil".
*Een instrument met een waaiervormige, gekartelde kop die rijen putjes en braam op de koper- of zinkplaat achterlaat.
Boek:
Gea Karhof – Grenzeloze grafiek
Auteurs: Rob Berkel, Martha Dirkmaat-Planting, Nan Mulder, Margot Fretz
Uitgeverij De Kunst
ISBN 978 90 78964 56 8
Klik op de afbeelding om deze groot te zien
Naar een nieuwe tijd,
De zwaartekracht voorbij,
Het wetenschappelijk paradijs,