Inge van Haastert (1950) groeide op in de jaren '50: 'In die periode maakten kunstenaars als Barbara Hepworth en Henry Moore beelden met 'gaten'. Het waren bekende kunstenaars maar dat wist ik toen nog niet. Wel kende ik de stripverhalen van Willy van der Steen en Maarten Toonder die dat soort moderne kunst goedaardig persifleerden. Bijvoorbeeld de kunstcollectie van Heer Bommel met beelden waar gaten in en uitsteeksels aan zaten. Dat vond ik erg mooi.
In het schilderij "Retro duo" komt dit terug; het zijn niet Hepworth en Moore die ik voor het schilderij als uitgangspunt nam maar de stripverhalen uit mijn jeugd. De beeldtaal in de jaren '50 heeft voor mij ook iets vriendelijks. Bijvoorbeeld in de film "Mon Oncle" van Jacques Tati uit 1958. Tati laat in die film een vriendelijke "nieuwe wereld" zien, weliswaar gepersifleerd maar met een knipoog en niet hard.'
Slinger.
Doorkijkjes en vormen, voor of achter elkaar geplaatst, komen in het werk van Inge van Haastert steeds terug. 'Ik heb een oogafwijking, mijn ogen werken onafhankelijk van elkaar. Daarom zie ik geen diepte' legt ze uit. 'Het werk dat ik maakte was meestal doelbewust "plat"; de wereld die ik zag was niet anders. Ik weet nog precies wanneer dat in mijn werk veranderde.
Op een dag kocht ik in een supermarkt een pakje feestslingers. Het was een plat pakje maar toen ik het openmaakte viel de slinger eruit: het platte papier waarvan de slinger was gemaakt, werd opeens driedimensionaal. Het was voor mij letterlijk een "eyeopener". Ik vond, door de slinger als voorbeeld te nemen, een manier om in mijn werk van "plat" naar "ruimtelijk" te gaan. Echter wel op mijn manier: over de top en overdreven nadrukkelijk. De voorstelling blijft dan, omdat het zo kunstmatig is, een "plat" ding. Het schilderij "Feestslingers" uit 2012 is daar het resultaat van. Voor mij is het echt een "sleutelwerk".
Metaal.
Na de feestslingers bleef Inge van Haastert het thema in veel van haar werk gebruiken. 'Voorgrond, midden en achtergrond zijn in vaak van mijn schilderijen aanwezig' vertelt ze hierover. 'In mijn schilderij "Geleidend schroot" uit 2014 komt het thema helemaal terug. Ik had in die periode een leuke bijbaan bij een bedrijf dat metaal recyclede. Vanuit mijn werkplek keek ik uit op een soort "cowboy wereld" van mannen met helmen, kranen en bergen metaal. Ik vond het metaal prachtig, het had een schitterende glans. Sommige metaalsoorten zoals lood hadden mooie plooien en het roestvrij staal daar tussendoor was zilverachtig en scherps. Deze indrukken verwerkte ik in het schilderij: de voorgrond toont het geplooide en hier en daar glanzende metaal. Door gaten in de materie is een achtergrond te zien. Die achtergrond is verf met duidelijke de penseelstreken. Tegenover het ruimtelijk - ook nog gesuggereerd door de schaduwwerking - staat dan het "platte" van het de achtergrond.
Verf.
Inge van Haastert: 'Ik hou erg van schilderen en niet van het gepriegel met tekenen of de vuile handen bij grafiek. Verf is mijn medium, daar werk ik mee en voel ik me fijn bij. Ik gebruik al heel lang acrylverf. Het werk veel sneller dan olieverf. Niet dat ik mijn schilderijen heel snel af wil hebben, het gaat me erom dat ik - zeker in de opzet - "snel" dingen kan veranderen. Bijvoorbeeld als een vorm of een kleur niet goed is, kan ik daar met acrylverf meteen wijzigingen in aanbrengen. De acrylverf waarmee is werk is van goede kwaliteit en heeft eenzelfde uitstraling als olieverf. Ik kan er laag over laag mee werken en de intensiteit van de kleuren is erg goed'.

Retro duo, acryl op doek, 50 x 50 cm 2020
Geleidend schroot, acryl op doek, 120 x 80 cm 2014
Feestslinger, acryl op doek, 90 x 90 cm 2012

