We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.

OK
Lex Goes | Kunstenaarsgesprek

Het broodberoep van Lex Goes.

'Fotografen hebben het over hun camera's terwijl beeldend kunstenaars altijd over geld praten' zegt Lex Goes (1953). Hiermee geeft hij aan dat het onderwerp 'Hoe doe je het financieel' onder de collega's vaak ter sprake komt. Zelf heeft hij een 'broodberoep' - hij geeft teken- en schilderlessen - dat uit zijn kunstenaarschap voort komt.

 

Na zijn eindexamen aan de Rijksacademie startte Goes in1977 als beeldend kunstenaar. 'Mijn vakrichting was monumentale kunst' vertelt hij over zijn studie. 'In 1977 - de jaren '80 kwamen er aan - was er weinig werk. Ik ben toen voor een uitzendbureau gaan werken en deed daar allerlei administratief- en fabriekswerk voor. Om er naast ook nog kunst te maken bleek vrij uitzichtloos.
Van collega's kreeg ik te horen dat er voor mensen zoals ik een aparte regeling bestond: de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR). Naast het aankopen van kunst waren er ook opdrachtmogelijkheden binnen de BKR. In de periode dat ik van de regeling gebruik maakte, kreeg ik via de BKR voornamelijk opdrachten. Dat ging heel goed. Voor de entree van het gebouw Quadriga in de Derkinderenstraat maakte ik een glasappliquée. Ook verzorgde ik wandschildering op panelen bij twee achteringangen van een wooncomplex aan de Entrepotdokkade.
Vanuit de BBK hebben we hard gewerkt om het opdrachtenbeleid van de BKR in Amsterdam te versterken. Helaas liep de BKR in de jaren '80 op zijn laatste benen en werd in 1987 afgeschaft. Hoewel ik toen nog een paar opdrachten van de Gemeente Amsterdam kreeg, begreep ik dat het er niet beter op zou worden'.

Spaarzaam.
Begin jaren '90 trok de overheid zich steeds verder terug uit de kunstsector. Subsidies en percentageregelingen - waarbij een percentage van de bouwsom voor beeldende kunst mocht worden gebruikt - werden steeds minder of werden domweg afgeschaft. Goes: 'Wat ik toen leerde, is te zorgen dat de vaste lasten zo laag mogelijk zijn. En belangrijker nog: een scheiding te maken tussen de professionele aankopen en wat je zo voor jezelf koopt. Op professionele aankopen, de dingen die ik voor mijn vak nodig heb, bezuinigde ik nooit. Hoe duur een tube verf ook is, als ik het echt moet is er geen compromis. Dan eet ik liever een boterham minder en bezuinig op luxe zoals kleding en vakanties. Daarnaast was ik spaarzaam. Als ik een opdracht kreeg en de opdrachtgever betaalde, zette ik het bedrag op de bank. Van mijn banksaldo knabbelde ik maar kleine stukjes af. Om zo spaarzaam met je financiën om te gaan is natuurlijk een keuze, maar het is ook een last'.
Naast spaarzaamheid zocht Goes ook naar andere bronnen van inkomsten. 'Ik merkte dat ik makkelijk praatte over mijn werk' legt hij uit. 'Daarnaast had ik in de loop van tijd flink wat ervaring opgebouwd in bouwkundige situaties. Ik sprak de taal van kunstenaars die met opdrachten bezig waren maar ik sprak ook de taal van de mensen die de opdrachten gaven. Dat was de reden dat ik me melde voor diverse adviescommissies. Om daarin goed te functioneren is het belangrijk om over een netwerk te beschikken. Het opbouwen er van vind ik een van de moeilijkste dingen die er zijn. Een netwerk is namelijk dynamisch: er is een omlooptijd van gemiddeld vijf jaar. Daar bedoel ik mee dat na vijf jaar bijna niemand meer op zijn plek zit. Dat geldt zowel voor de ambtenarij als het bedrijfsleven. Voor een goed netwerk moet je heel wat doen. Netwerken is daarom net werken'.

Broodberoep.
In de jaren '90 werden de inkomsten voor Goes steeds minder. 'Ik merkte dat ik steeds minder vaak gevraagd werd voor werk waar ik geschikt voor was. Een van mijn laatste klussen was een opdracht in 2000. Daarna droogde de stoom op. Ik moest wat, dus ging ik voor mezelf na wat mijn andere talenten waren. Het werken in een supermarkt om vakken te vullen vond ik te ver weg. Daarom was het, net als administratief werk, geen optie.
Een van mijn talenten was piano spelen. Samen met een bandje speelde ik op feesten en partijen en was daar redelijk succesvol in. Mijn naam werd doorgegeven en ik werd steeds vaker gevraagd te komen spelen. Pianospelen was een bijbaantje dat ik meer dan vijftien jaar gedaan heb. Dat is wat de Duitsers zo mooi een 'broodberoep' noemen.
Een ander broodberoep was klussen. De monumentale opdrachten die ik realiseerde, voerde ik allemaal zelf uit. Ik deed niet alleen het schilderen maar ook het timmeren, monteren, kortom al het handwerk. Daardoor werd ik vrij handig met gereedschap. Ik ging klussen aannemen in de restauratiebouw. Het werk bestond bijvoorbeeld uit het herstellen van weggerotte sponningen en kozijnen. Het was leuk werk, net als veel andere kunstenaars kan ik heel precies werken. Dat was voor dit soort werk nodig. Omdat ik goed werk afleverde, leidde de ene klus in de restauratiebouw vaak tot een nadere. Uiteindelijk wist ik een klantenbestand op te bouwen. Net als voor mijn advieswerk en het pianospelen was het ook voor mijn kluswerk belangrijk om aan een netwerk te werken'.

Gooise Academie.
Lesgeven op het atelier werd uiteindelijk het belangrijkste broodberoep voor Goes. 'Iemand bracht me op het idee om schilderles in mijn atelier te gaan geven' vertelt hij over die keuze. 'Dat doen zoveel mensen, waarom zou ik het dan niet gaan doen. Ik scharrelde wat mensen bij elkaar om het eens uit te proberen. Eigenlijk tot mijn verrassing bleek ik er goed in te zijn. De mensen waar aan ik lesgaf kon ik goed motiveren. Ook had ik veel ervaring met tekenen en schilderen en wist die kennis goed over te brengen.
De lessen komen voort uit mijn kunstenaarschap. Mensen vinden het leuk om op een kwalitatief hoogwaardig niveau les te krijgen. Het is niet mijn bedoeling dat ik de mensen bezig ga houden. Ik probeer ze te helpen met de 'kunstproblemen'. Niet de filosofische maar de praktische problemen waar mensen tijdens het tekenen en schilderen tegenaan lopen. Het gaat er niet om dat ze potjes leren naschilderen maar ook dat ze serieuze schilderijen gaan maken.
Van iemand uit een van mijn netwerken hoorde ik dat er bij de Gooise Academie in Laren een plek vrij kwam. Ze vond het echt iets voor mij en raadde me aan daar te solliciteren. Ik werd aangenomen en ging er enthousiast aan de slag. Eerst voor één dagdeel maar als snel vroeg het bestuur me om meer uren les te gaan geven. Uiteindelijk gaf ik er drie dagen per week les. Naast het lesgeven in Laren had ik op maandag- en vrijdagochtend nog een modeltekenklas in mijn eigen atelier.
Dat werkpakket was wel wat veel. Lesgeven is alleen maar geven. Dat doe je niet zomaar, het is echt ingespannen werken. Je wordt er erg moe van. Dat had invloed op mijn kunstenaarschap. De schilderijen die ik in de loop der jaren maakte waren waanzinnig groot en expressief; krachtig geschilderde woeste vlakken. De energie om dat soort werk te maken was steeds moeilijke op te brengen. Het was voor mijn een reden om het aantal lesuren terug te brengen. Nu heb ik naast twee dagen Gooische Academie ook twee dagen lesgeven in mijn atelier. Dat bevalt prima en is er genoeg tijd over om te schilderen.'

Naast de verschillende 'broodberoepen' bleef Goes altijd werken als beeldend kunstenaar. Goes: 'Ik nam me voor om ieder jaar met nieuw werk te exposeren. Het maakt me niet uit waar. Dat kan net zo goed in een buurtcentrum of bibliotheek als in een bekende galerie. Je moet in de running blijven en jezelf laten zien. Anders ben je een kunstenaar die niets doet en ik ken daar helaas genoeg van.
De schilderijen die ik nu maak zijn niet zo groot meer als het werk dat ik vroeger maakte. Dat heeft niet alleen met mijn energie te maken. Het is ook zo dat ik kleiner werk makkelijke verkoop. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan en maakte ik een tijd terug toch nog een paar grote schilderijen. Ze waren prachtig maar ik kon ze aan de straatstenen niet kwijt. Ze staan nog steeds in mijn atelier'.

 

Klik op de afbeelding om deze groot te zien

Pastel, Lex Goes
Pastel, Lex Goes
Pastel, Lex Goes
Pastel, Lex Goes
Pastel, Lex Goes
Pastel, Lex Goes
Website van Lex Goes

 


Wat vind je van dit verhaal? Gebruik onderstaande knop om een beoordeling te geven.
Meer weten over beoordelingen?

terug

 

Dit interview verscheen eerder in BBK-Magazine
top naar kunstenaarsgesprek
Kunstenaarsgesprek
Postbus 18162
1001 ZB Amsterdam
 
© 2026
Op alle verhalen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met een intro.  Wil je tekst overnemen of een foto of illustratie gebruiken, stuur ons een mail.