'Ik ben nogal van de gedichten' antwoord De Vries Lentsch (1954) op een vraag over de tekst in haar kunstwerk. 'De tekst die ik gebruikte komt uit het gedicht "Ik denk niet."* van Stef Bos, een Nederlandse singer-songwriter en acteur. Ik vind het passen bij het thema dat ik vaak gebruik en dat is "Aarden - Geaardheid". Aarden als in balans zijn met jezelf; stevig staan in wie je bent en één zijn met je/de natuur'.
Aarde komt ook in een andere relatie terug in het kunstwerk. 'Het papier waarop het gedicht is gezeefdrukt, heeft een tijd "onder de aarde" gelegen' vertelt De Vries Lentsch over haar werkwijze. 'Ik begraaf het papier en graaf het na een paar weken weer op. Het verblijf onder de grond doet wat met het papier: het verkleurt, er komen scheuren in en er verdwijnen zelfs stukken van zodat er gaten ontstaan. Dat verval vind ik heel mooi, het past bij mijn manier van werken'.
Goud.
Opvallend is dat een aantal gaten in het papier zijn opgevuld met bladgoud. De Vries Lentsch: 'Na het opgraven droog ik het papier en repareer ik sommige gaten met bladgoud. Het is de schoonheid van de imperfectie. Dat komt uit Japan, het heet daar "kintsugi", letterlijk "gouden verbinding". Het gaat er om dat iets moois niet perfect hoeft te zijn. Er mogen fouten in zitten en je mag fouten maken. Als iets stuk is benadruk je dat juist met iets heel moois. In de Japanse schoonheidsleer levert het duidelijk laten zien van het herstel een bijdrage aan de schoonheid van het voorwerp.
Als de zeefdrukken klaar zijn laat ik ze inlijsten. Het verval, als gevolg van het begraven, heeft er dan geen vat meer op. De prints zitten los van de achtergrond in de lijst. Als er licht op valt is er op de achtergrond een schaduw te zien'.
Doosjes.
Louise de Vries Lentsch is zich ervan bewust dat veel van de - ook door haar - gebruikte kunstenaarsmaterialen slecht voor het milieu zijn: 'Daarom ben ik ook gestopt met etsen. Ik wilde niet meer werken met giftige stoffen als salpeterzuur en terpentine.
Nu probeer ik zoveel mogelijk "restmaterialen" in mijn werk te gebruiken. Verpakkingsmateriaal zoals doosjes zijn voor mij heel bruikbaar. Voor het werk "Roots" maakte ik gebruik van een Nespresso verpakking. "Roots" is een kartondruk waarbij ik gebruik maakte van de verschillen in oppervlakte van het verpakkingsmateriaal. De buitenkant van het materiaal is glad maar door laagjes van het karton af te pellen, verandert de structuur en wordt het veel ruwer. Dat geeft, omdat er meer inkt op achterblijft, in de afdruk een donkerdere toon dan de gladde buitenkant. Na het ininkten en afdrukken, is op de print nog duidelijk de herkomst van de "printplaat" te zien'.
Wilde zijde.
Het werkstuk "Brilliant" is helemaal met natuurlijke materialen gemaakt. De Vries Lentsch: 'De bladeren die zijn afgebeeld zijn "echte" bladeren. De kleuren in de afbeelding zijn de uit de bladeren afkomstige organische kleuren. Er komen geen andere pigmenten of kleurstoffen aan te pas. Ik druk op zijde, wol of katoen. De zijde die ik gebruik is "wilde zijde". Dat wil zeggen dat de rups die de zijde maakt, vlinder mag worden. Bij andere soorten zijde wordt de rups gedood. Bij de zijde die ik gebruik is dat niet het geval. Het is wel zo diervriendelijk.
Voor een mooie afdruk moet ik de bladeren heel strak op het doek drukken. Dat doe ik door het doek op een stok te rollen en goed vast te binden. Het ziet er dan uit als een mummie. Vervolgens stoom ik de "mummie" in een stoomkist. Als ik aan het eind van het proces het doek afrol is er altijd een verrassing; er kan een prachtige print uitkomen maar ook een mislukking. Dat maakt het spannend'.
Weglaten.
In het werk van Louise de Vries Lentsch is kijken belangrijk. 'De Piëta kijkt je aan' vertelt ze over haar kunstwerk. 'Dat is ook het geval met de werken "Verloren beestje" en "Kijker". Ze kijken naar de beschouwer. Ander belangrijk punt in mijn werk is "weglaten". Ik probeer met weinig "taal" een beeld weer te geven. Dat komt niet zomaar: er moeten voor mijn gevoel zoveel lijnen weg dat alleen de essentie overblijft. Dat is goed in de linodruk "Kijker" te zien. Het zijn maar een paar lijnen in een afbeelding waarin iemand zit.
In het "Verloren beestje" is een beestje te zien dat heel verwonderd kijkt. Het is geen tekening maar een soort collage met uit een ets gescheurde vormen. Het is een gemengde techniek waarin ik schilderde en stukjes papier plakte.
De rauwe lijnen zijn gemaakt met droge naald drukken. Ze zijn gevlekt en dragen pijn in zich. Het beestje heeft ook pijn'.
*
Ik denk niet
Als ik schrijf
Ik volg alleen
Een spoor van inkt
Dat langzaam
In mij
Binnendringt
En zegt
Wat ik verzwijg
"Ik denk niet" uit het boek "Gebroken zinnen" van Stef Bos

Info: www.atelier-de-garage.nl

