Sipke Huismans is voorzitter van de Hollandse Aquarellistenkring. In de hectische periode waarin hij als directeur van de AKI in Enschede niet als kunstenaar maar als een 'onderwijs-manager' fungeerde, was aquarelleren - als een soort reddingslijn - zijn enige verbinding met het vak.
"Ik heb van kind af aan getekend en geschilderd" vertelt Sipke Huismans (1938) over zijn interesse voor de beeldende kunst. "Mijn vader nam mij regelmatig mee naar het Stedelijk Museum. Ik weet nog dat ik in 1947 erg onder de indruk van een Picasso expositie was. Toch nam ik me als eigenwijs dertienjarig jongetje voor om nooit kunstenaar te worden. Mijn vader kende nogal wat kunstenaars; in mijn ogen nogal abjecte types met baarden en grote bekken. De tekeningen en schilderijen die ze lieten zien vond ik echt niet goed. Na de middelbare school ging ik dan ook naar de universiteit om politieke en sociale wetenschappen te studeren".
Omdat hij geen lid wilde worden van een studentenvereniging werd zijn studietijd een eenzaam avontuur. Dick Cassée, een goede vriend van Huismans introduceerde hem bij het Amsterdams Grafisch Atelier.
Huismans: "Het Grafisch Atelier was in die tijd gevestigd in een donker schoollokaal aan de Lauriergracht. Het atelier werd beheerd door een drukker, Harmen Eikema. Hij had nog etsen gedrukt voor onder anderen Breitner en Witsen. Kunstenaar wilde ik nog steeds niet worden maar dat vak van Eikema, die het ambacht tot in de perfectie beheerste, dat wilde ik ook leren. Ik kreeg de sleutel zodat ik 's avonds in het atelier kon werken. Uiteindelijk heb ik me het ambacht van etsdrukker volledig eigen gemaakt en een goede techniek ontwikkeld om platen af te slaan en perfecte drukken te maken met schone randen, zonder plaattoon.
Stripfiguren.
In die periode was de tijdsbesteding van Huismans een amalgaam van zeer verschillende activiteiten. "Op de universiteit volgde ik nog filosofie- en sociologiecolleges" vertelt hij over deze periode. "Met name de filosofiecolleges hebben me veel gebracht. Daarnaast maakte ik etsen. Achteraf ben ik dankbaar dat ik geen beroepsopleiding aan een academie heb gevolgd zodat ik lekker alles kon doen 'wat niet mocht'. Zo mocht illustratief werken niet en was kopiëren helemaal 'not done'. Ik deed het allemaal wel en verwerkte schilderijen van Jan Steen uit het Rijksmuseum en afbeeldingen van stripfiguren in mijn etsen. Nu kan je dat soort dingen moeiteloos met een computer doen. Destijds was het een omslachtig werk om met behulp van rode aarde een tekening op de etsgrond over te brengen.
Mijn werk kwam in de belangstelling en ik kreeg een aantal belangrijke exposities. Ik wilde meer. Theo Blom, een goede vriend en een van de beheerders van het Grafisch Atelier, wijdde mij in de lithografie. Met eenzelfde gretigheid als waarmee ik me het etsen eigen maakte, wilde ik ook de lithografie helemaal onder de knie hebben. Dat lukte ook en ook met mijn litho's had ik succes".
Lesgeven.
Achteraf gezien kwam dat succes te snel. Huismans: "Net als veel anderen kwam ik ook in de beruchte 'kunstenaars hybris' terecht. Je denkt dan dat alles om jou draait; dat je een eigen handelsmerk bent en dat je kennis en kunde onovertroffen zijn. Nou heb ik wel enige kennis en kunde maar dat wil niet zeggen dat je niet aan jezelf hoeft te twijfelen.
In 1969 werd ik gevraagd om op twee academies les te komen geven, de AKI in Enschede en de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving (KAVKEV) in 's-Hertogenbosch. Dat was natuurlijk succes: belangrijke exposities met mijn werk en ook nog eens leraar op vooraanstaande academies. Ik voelde me dan ook groot.
Toen ik dat zo'n driekwart jaar gedaan had, ging ik er eens goed over nadenken. Ik zag mezelf rondlopen en dacht 'Wat Ben Jij Een Pedante Kwal: het gaat helemaal niet om jou, maar om die jongens en meisjes'. Ik zag in dat ik er als een soort vroedvrouw was om studenten in hun ontwikkeling te begeleiden.
Vanaf dat moment heb ik me ingezet om een goede, empathische docent te worden. Niet het soort didactiek waarbij de studenten van mij te horen kregen wat ze allemaal fout deden. Ik probeerde bij iedere student te kijken wat er bij hem of haar in de wieg gelegd was en wat er vervolgens uit kon komen. De moderne opvattingen over onderwijs zijn sterk op competentie gericht. Kinderen krijgen op de basis en middelbare school te horen wat ze allemaal moeten kunnen. Als ze op hun achttiende of negentiende besluiten om naar een kunstacademie te gaan, moet je daarmee - zoals op andere academies wel gebeurde - niet doorgaan. Je moet de studenten erop wijzen dat ze zelf het heft in handen moeten nemen en hun eigen weg moeten gaan bepalen. Ik ben het lot en ook de geschiedenis er heel erg dankbaar voor dat ik toen precies op die plek was. Nog steeds krijg ik dankbare reacties van oud-studenten over hun opleiding".
Directeur.
Het onderwijs werd een levenslange passie van Huismans. Hij gaf les, beter gezegd, hij inspireerde talloze studenten aan instituten als de AKI, de KAVKEV en de Rijksacademie in Amsterdam. Regelmatig werd hij door collega docenten geconfronteerd met een starre visie op het lesgeven waar hij zijn eigen inzichten en filosofie over het kunstvakonderwijs tegenover zette. Hij groeide uit tot iemand met gezag en respect op onderwijsgebied. Uiteindelijk werd hem in 1981 gevraagd om directeur van de AKI te worden. Huismans: "Ik moest er wel over nadenken om 'aan de andere kant' van de tafel te gaan zitten.
Met een soort kamikazegevoel ben ik eraan begonnen. Ik kwam er al snel achter wat voor hondenbaan het was. Als directeur sta je tegenover de docenten en er zijn er altijd wel een paar die in de contramine zijn en overal nee op zeggen. Daar moet je dan wel je goede humeur bij bewaren. Je bent als directeur ook geen leraar meer maar een manager. Ik werd een soort apparatsjik die van vergadering naar vergadering rende. Ook kreeg ik met het ministerie en de onderwijsinspectie te maken. Het maken van etsen en litho's, dat ik in het begin nog probeerde te doen, werd te omslachtig. Het was noodzakelijk dat ik daarmee stopte".
Aquarel.
Naast het academiegebouw was aanbouw die de architect had ontworpen als bedrijfswoning voor de conciërge van de academie. Huismans: "Het was een soort stalen kubus met glas. De conciërge die voor de academie werkte had al een huis in Enschede en wilde er niet gaan wonen. Dat kwam mij goed uit omdat ik er zelf in kon trekken. Ik ging daar ook werken en pakte iedere dag een nieuw vel aquarelpapier van 65 x 100 centimeter om een aquarel te maken. Als ik om zeven uur opstond had ik tot negen uur de tijd om eraan te werken. Elke dag maakte ik een nieuwe aquarel.
De aquarellen die ik maakte vond ik geen groots werk. Ik keek er naar en dacht 'het is weer knudde'. Omdat het 'menselijke' voor mij in de mislukking en niet in de gladde perfectie zit, bleef ik er mee doorgaan en maakte er de volgende dag weer één. Het is zo dat als je aan iets werkt, je eigenlijk niet bevoegd bent om er een mening over te hebben. Dat moet je bewaren tot een later moment. Toen ik de aquarellen later nog eens bekeek, was ik over een aantal best tevreden.
Het aquarelleren was voor mij geen therapie. Wel was het een verbinding met het vak kunstenaar. Het lesgeven en het directeurschap van de academie is voor mij een kunstvorm. Je kan het wel 'opvoedingskunst' noemen. Als je dat als een baantje en niet met een volledige inzet doet, doe je de studenten - maar ook jezelf - tekort. Het aquarelleren voor mij de enige manier om me als kunstenaar op de proef te stellen. Pas veel later realiseerde ik me dat het dagelijks aquarelleren me er doorheen heeft gesleept".
Atelier.
Kort nadat hij was begonnen als directeur kreeg de academie in Enschede te maken met de door het ministerie opgelegde schaalvergroting. Politiek was er besloten dat onderwijsinstellingen doelmatiger zouden functioneren als ze zeer groot waren. Daarom moest er gefuseerd worden. Toch lukte het Huismans om de AKI dertien jaar als zelfstandige academie te behouden. In 1994 kon de AKI een gebouw op de campus van de Universiteit van Twente betrekken en als enige Nederlandse academie met een universiteit gaan samenwerken. "Het was ideaal" vertelt Huismans. "Een groot gebouw met een fraaie tentoonstellingsruimte in het midden. Met de verhuizing was ik echter wel mijn onderkomen kwijt en was een tijdje dakloos. De stichtingen die in Enschede ateliers beheerden, keken vreemd op als ik om een atelier vroeg. 'Je bent directeur, dan heb je toch geen atelier nodig' kreeg ik te horen.
Uiteindelijk vond ik met behulp van een oud-student een werkruimte in wat men nu een 'broedplaats' noemt: een voormalig industriecomplex, waar allerlei bedrijfjes en handeltjes zaten. Daar ging ik door met het dagelijks maken van aquarellen. Uiteindelijk lag er een stapel aquarellen die ik over de periode van 20 jaar in Enschede had gemaakt. Ik weet nog hoe ontroerend het was om in maart 2000 de hele Enschedese stapel - naar beneden afgerond zo'n 800 stuks - samen met Ilona Hakvoort en Hans Locher, directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, te bekijken. Aan vrijwel alle werkstukken kleefden herinneringen zoals vergaderingen met bijvoorbeeld de medezeggenschapsraad van de academie of de ambtenaren van het ministerie van onderwijs. We constateerden toen dat er flink wat goed werk bij zat".
Op 13 Mei 2000 werd Enschede getroffen door de vuurwerkramp waarbij 23 mensen omkwamen en een groot deel van een woonwijk in de as legde. De explosie en de daaropvolgende vuurstorm vernietigden ook de werkruimte van Huismans. Van de achthonderd aquarellen bleef niets over.
Klik op de afbeelding om deze groot te zien





